menu

Hond mee op vakantie neemt risico's met zich mee

Hond mee op vakantie in Europa


Het meenemen van de hond op vakantie brengt een aantal specifieke gezondheidsrisico's met zich mee voor zowel de hond als de eigenaar. We geve nhier onder een beknopte samenvatting over de risico's.
 

Bacteriële en protozoaire aandoeningen in het mediterrane gebied


Leishmania infantum wordt voornamelijk overgebracht door zandvliegen, welke het meest actief zijn tussen zonsondergang en zonsopgang bij windstil weer. Zij steken vooral op dun behaarde plaatsen als oren, buik en neusrug. 
Preventie: Een pyrethroidehoudende band of pipet heeft een repellent werking op deze insecten. Verder kan overwogen worden de hond in de avondschemering niet buiten te laten. Pups zijn duidelijk gevoeliger voor het ontwikkelen van klinische leishmaniase dan volwassen honden.


Een besmetting met Ehrlichia canis en/of Babesia canis kan optreden na een beet van respectievelijk de teken Rhipicephalus sanguineus en Dermacentor reticulatus. De incubatietijd voor ehrlichiose bedraagt vijf tot twintig dagen in het acute stadium, terwijl deze voor het chronische stadium jaren kan zijn. De incubatietijd voor acute babesiose bedraagt tien tot twintig dagen.
Preventie: Tekenbestrijding is noodzakelijk. Dit kan met verschillende acaricide-producten.
 

Voor de hond pathogene wormen


De hartworm Dirofilaria immitis is endemisch in het Mediterrane gebied en wordt overgebracht door diverse soorten muggen. Tijdens de bloedmaaltijd wordt de gastheer besmet met L3-larven, die vervellen tot L4-larven en na minimaal zes maanden volwassen worden in de rechter ventrikel en arteria pulmonalis.
Preventie: toedienen van moxidectine, selamectine of milbemycine, die uitsluitend effectief zijn tegen vroege ontwikkelingsstadia van Dirofilaria. De behandeling dient iedere drie tot vier weken te worden herhaald en de laatste behandeling drie tot vier weken na het verlaten van besmet gebied. Daarnaast eventueel preventie van muggenbeten door middel van een pyrethroide- bevattende band of spot on.


Dirofilaria repens wordt overgebracht door muggen en is endemisch in het Mediterrane gebied, maar is ook beschreven in Noord Europa. D. repens kan zowel de kat als de hond infecteren. De meeste infecties verlopen zonder symptomen, maar kunnen ook leiden tot een dermatitis. D. repens is in Europa verantwoordelijk voor de meeste gevallen van infecties met Dirofilaria bij de mens.
Preventie: zie D. immitis.


De Franse hartworm, Angiostrongylus vasorum, is een worm die wordt gevonden in het hart en de longen van de hond en ernstige tot fatale klinische symptomen kan geven. Infecties met A. vasorum worden bij honden in de meeste delen van Europa gevonden maar dit lijkt zich uit te breiden. Ook in Nederland wordt deze parasiet regelmatig aangetroffen bij de hond. Vossen zijn het belangrijkste reservoir. De levenscyclus van A. vasorum omvat verschillende soorten (naakt)slakken als tussengastheer. Honden raken besmet door het eten van L3-bevattende slakken (of met slijmsporen besmet materiaal) en amfibieën, die als paratenische gastheer een rol spelen in de cyclus. Opgenomen larven migreren via de mesenteriale lymfeklieren en het lymfatische systeem naar de rechter harthelft en de pulmonaire arteriën. Vanaf zes weken na besmetting penetreren de uitgekomen larven de alveoli, worden opgehoest, ingeslikt en uitgescheiden als L1 in de feces. Een eenmaal opgelopen infectie blijft langdurig aanwezig, indien onbehandeld soms levenslang. De meeste infecties zijn mild. Cardiovasculaire, respiratoire en neurologische symptomen kunnen zich ontwikkelen in ernstige gevallen. 
Preventie: zie D. immitis excl. muggenbeetpreventie. De worm is ook endemisch in Nederland.


De oogworm Thelazia callipaeda is beschreven in Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Besmette arthropoden (Diptera, Drosophilidae) injecteren L3-larven van deze nematode in de lacrimale zak van het oog. In traanfilmmonster van het oog, met name onder het derde ooglid, kunnen volwassen- of larvale stadia worden aangetroffen. Infectie kan leiden tot conjunctivitis met blefarospasme en epiphora. De parasiet lijkt zich uit te breiden in Europa.
Preventie: behandeling met Milbemycine of Moxidectine of Selamectine.
 

Voor de hond gering pathogene wormen met ernstig zoönotisch risico


De lintworm Echinococcus multilocularis is endemisch in heel Centraal Europa. Het endemische gebied overlapt onze noordoost- en zuidoostgrens en heeft zich uitgebreid in oostelijke en noordelijke richting (Scandinavië, Baltische staten, Polen etc.). Infectie van honden treedt op door ingestie van een besmette tussengastheer, kleine knaagdieren. De zeer kleine lintworm ontwikkelt zich in de dunne darm van de hond waarna de uitgescheiden proglottiden, maar ook losse eieren klevend aan de vacht, een gevaar opleveren voor de mens. In geval van humane besmetting ontstaan na een incubatietijd van vijf tot tien jaar ruimte-innemende blaaswormen met verkalking in met name de lever (alveolaire echinococcose).
Honden kunnen de eieren oplikken en in uitzonderingsgevallen ook tussengastheer worden. Daarbij ontwikkelen zich, net als bij mensen, blaaswormen in de lever binnen een aantal maanden tot jaren.
Preventie: de hond maandelijks ontwormen met een praziquantelhoudend wormmiddel.


De lintworm Echinococcus granulosus is endemisch in het Mediterrane gebied en in Oost Europa (Roemenië, Bulgarije, Hongarije). De hond is eindgastheer en honden raken besmet door het eten van de organen (lever, long) van met blaaswormen besmette tussengastheren zoals schaap, varken, rund en paard. E. granulosus is een zoönose en mensen raken besmet door orale opname van proglottiden/eieren uitgescheiden met de feces, of aanwezig op de vacht, van besmette honden. De E. granulosus van het schaap is het meest pathogeen voor de mens.
Preventie: geen lokaal gekocht rauw vlees voeren en bij thuiskomst uit endemische landen is ontwormen met een praziquantelhoudend middel noodzakelijk.



Bron: Vetinf@ct is een gezamenlijke uitgave van WBVR, faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, GD, KNMvD, RIVM en de NVWA.

Hond mee op vakantie neemt risico's met zich mee

Hond mee op vakantie in Europa


Het meenemen van de hond op vakantie brengt een aantal specifieke gezondheidsrisico's met zich mee voor zowel de hond als de eigenaar. We geve nhier onder een beknopte samenvatting over de risico's.
 

Bacteriële en protozoaire aandoeningen in het mediterrane gebied


Leishmania infantum wordt voornamelijk overgebracht door zandvliegen, welke het meest actief zijn tussen zonsondergang en zonsopgang bij windstil weer. Zij steken vooral op dun behaarde plaatsen als oren, buik en neusrug. 
Preventie: Een pyrethroidehoudende band of pipet heeft een repellent werking op deze insecten. Verder kan overwogen worden de hond in de avondschemering niet buiten te laten. Pups zijn duidelijk gevoeliger voor het ontwikkelen van klinische leishmaniase dan volwassen honden.


Een besmetting met Ehrlichia canis en/of Babesia canis kan optreden na een beet van respectievelijk de teken Rhipicephalus sanguineus en Dermacentor reticulatus. De incubatietijd voor ehrlichiose bedraagt vijf tot twintig dagen in het acute stadium, terwijl deze voor het chronische stadium jaren kan zijn. De incubatietijd voor acute babesiose bedraagt tien tot twintig dagen.
Preventie: Tekenbestrijding is noodzakelijk. Dit kan met verschillende acaricide-producten.
 

Voor de hond pathogene wormen


De hartworm Dirofilaria immitis is endemisch in het Mediterrane gebied en wordt overgebracht door diverse soorten muggen. Tijdens de bloedmaaltijd wordt de gastheer besmet met L3-larven, die vervellen tot L4-larven en na minimaal zes maanden volwassen worden in de rechter ventrikel en arteria pulmonalis.
Preventie: toedienen van moxidectine, selamectine of milbemycine, die uitsluitend effectief zijn tegen vroege ontwikkelingsstadia van Dirofilaria. De behandeling dient iedere drie tot vier weken te worden herhaald en de laatste behandeling drie tot vier weken na het verlaten van besmet gebied. Daarnaast eventueel preventie van muggenbeten door middel van een pyrethroide- bevattende band of spot on.


Dirofilaria repens wordt overgebracht door muggen en is endemisch in het Mediterrane gebied, maar is ook beschreven in Noord Europa. D. repens kan zowel de kat als de hond infecteren. De meeste infecties verlopen zonder symptomen, maar kunnen ook leiden tot een dermatitis. D. repens is in Europa verantwoordelijk voor de meeste gevallen van infecties met Dirofilaria bij de mens.
Preventie: zie D. immitis.


De Franse hartworm, Angiostrongylus vasorum, is een worm die wordt gevonden in het hart en de longen van de hond en ernstige tot fatale klinische symptomen kan geven. Infecties met A. vasorum worden bij honden in de meeste delen van Europa gevonden maar dit lijkt zich uit te breiden. Ook in Nederland wordt deze parasiet regelmatig aangetroffen bij de hond. Vossen zijn het belangrijkste reservoir. De levenscyclus van A. vasorum omvat verschillende soorten (naakt)slakken als tussengastheer. Honden raken besmet door het eten van L3-bevattende slakken (of met slijmsporen besmet materiaal) en amfibieën, die als paratenische gastheer een rol spelen in de cyclus. Opgenomen larven migreren via de mesenteriale lymfeklieren en het lymfatische systeem naar de rechter harthelft en de pulmonaire arteriën. Vanaf zes weken na besmetting penetreren de uitgekomen larven de alveoli, worden opgehoest, ingeslikt en uitgescheiden als L1 in de feces. Een eenmaal opgelopen infectie blijft langdurig aanwezig, indien onbehandeld soms levenslang. De meeste infecties zijn mild. Cardiovasculaire, respiratoire en neurologische symptomen kunnen zich ontwikkelen in ernstige gevallen. 
Preventie: zie D. immitis excl. muggenbeetpreventie. De worm is ook endemisch in Nederland.


De oogworm Thelazia callipaeda is beschreven in Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Besmette arthropoden (Diptera, Drosophilidae) injecteren L3-larven van deze nematode in de lacrimale zak van het oog. In traanfilmmonster van het oog, met name onder het derde ooglid, kunnen volwassen- of larvale stadia worden aangetroffen. Infectie kan leiden tot conjunctivitis met blefarospasme en epiphora. De parasiet lijkt zich uit te breiden in Europa.
Preventie: behandeling met Milbemycine of Moxidectine of Selamectine.
 

Voor de hond gering pathogene wormen met ernstig zoönotisch risico


De lintworm Echinococcus multilocularis is endemisch in heel Centraal Europa. Het endemische gebied overlapt onze noordoost- en zuidoostgrens en heeft zich uitgebreid in oostelijke en noordelijke richting (Scandinavië, Baltische staten, Polen etc.). Infectie van honden treedt op door ingestie van een besmette tussengastheer, kleine knaagdieren. De zeer kleine lintworm ontwikkelt zich in de dunne darm van de hond waarna de uitgescheiden proglottiden, maar ook losse eieren klevend aan de vacht, een gevaar opleveren voor de mens. In geval van humane besmetting ontstaan na een incubatietijd van vijf tot tien jaar ruimte-innemende blaaswormen met verkalking in met name de lever (alveolaire echinococcose).
Honden kunnen de eieren oplikken en in uitzonderingsgevallen ook tussengastheer worden. Daarbij ontwikkelen zich, net als bij mensen, blaaswormen in de lever binnen een aantal maanden tot jaren.
Preventie: de hond maandelijks ontwormen met een praziquantelhoudend wormmiddel.


De lintworm Echinococcus granulosus is endemisch in het Mediterrane gebied en in Oost Europa (Roemenië, Bulgarije, Hongarije). De hond is eindgastheer en honden raken besmet door het eten van de organen (lever, long) van met blaaswormen besmette tussengastheren zoals schaap, varken, rund en paard. E. granulosus is een zoönose en mensen raken besmet door orale opname van proglottiden/eieren uitgescheiden met de feces, of aanwezig op de vacht, van besmette honden. De E. granulosus van het schaap is het meest pathogeen voor de mens.
Preventie: geen lokaal gekocht rauw vlees voeren en bij thuiskomst uit endemische landen is ontwormen met een praziquantelhoudend middel noodzakelijk.



Bron: Vetinf@ct is een gezamenlijke uitgave van WBVR, faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, GD, KNMvD, RIVM en de NVWA.