menu

Chronische darmproblemen


Chronische damklachten bij honden kunnen gepaard gaan met diarree, pasteuze ontlasting, slijmerige ontlasting, winderigheid, buikpijnlijkheid, braken en/of vermageren. Zowel voor uw hond als voor uzelf kan dit een heel vervelend en soms langdurig en frustrerend probleem vormen.

Om de oorzaak van de klachten te achterhalen en de juiste therapie in te kunnen zetten zullen wij vaak meerdere onderzoeken moeten uitvoeren, waaronder in eerste instantie ontlastingsonderzoek en bloedonderzoek. Daarnaast is het vaak noodzakelijk dat bij uw hond een proeftherapie wordt gestart om bepaalde aandoeningen aan te tonen of uit te sluiten.

Hoog tijd om wat belangrijke zaken voor u op een rijtje te zetten!
 

Rassen

Iedere hond kan op elk moment in zijn of haar leven chronische darmproblemen ontwikkelen. Sommige rassen zijn echter gevoeliger voor bepaalde soorten darmaandoeningen dan andere rassen, de Duitse herder en de Boxer zijn hiervan twee voorbeelden.
 

Ontstaanswijze

In het maagdarmkanaal komen van nature veel bacteriën voor. In een gezonde hond reageert het afweersysteem in de wand van het maagdarmkanaal niet op deze normale bacterieflora. Worden bacteriën echter niet getolereerd en reageert het afweersysteem met een actieve afweerreactie, dan treden er ontstekingen op in het maagdarmkanaal.

Deze afweerreactie berust op drie afwijkingen:
  1. De bacterieflora kan om welke reden dan ook zijn veranderd, waarbij er zich schadelijke bacteriën in het maagdarmkanaal bevinden die het afweerapparaat van de darm activeren.
  2. Het slijmvlies van het maagdarmkanaal kan zijn beschadigd, waardoor bacteriën in direct contact komen met het afweersysteem.
  3. Het probleem kan liggen bij een (genetische) afwijking van het afweersysteem, waardoor de tolerantie ten opzichte van de bacteriën in het maagdarmkanaal vermindert.

Wormen, maar ook parasieten zoals Giardia en coccidiën in het maagdarmkanaal kunnen leiden tot chronische ontstekingen van de wand van het maagdarmkanaal. Deze parasieten zijn in het merendeel van de gevallen niet met het blote oog zichtbaar in de ontlasting.

Een overgevoeligheidsreactie op voedsel, waardoor de wand van het maagdarmkanaal ontstoken raakt, is een zeer frequent voorkomende oorzaak van chronische darmklachten. Zo blijkt 65-75% van de honden met chronische (langer dan 3-4 weken aanhoudende) diarree te genezen zodra een specifiek dieet wordt ingezet! Vooral bij jonge honden van grote rassen komt dit met enige regelmaat voor.
 

Symptomen

De symptomen kunnen vrij sterk variëren, afhankelijk van de ernst en de lokalisatie van de ontsteking in het maagdarmkanaal en spontane verslechteringen en verbeteringen treden veelvuldig op. Braken, verminderde eetlust, diarree en een bepaalde mate van buikpijn worden veel gezien. Forse ontstekingen in de dunne darm kunnen leiden tot vermagering. In ernstige gevallen kan eiwitverlies via de darm optreden, waardoor als gevolg van het lage eiwitgehalte in het bloed vochtophoping onder de huid en in de buikholte kan optreden. Bloedverlies via het maagdarmkanaal kan worden gezien in de vorm van vers bloed in de ontlasting of zwarte ontlasting.
 

Diagnostiek

Informatie van u als eigenaar over de symptomen bij uw hond is enorm belangrijk en samen met een uitgebreid lichamelijk onderzoek vormt dit de basis. Dit wordt opgevolgd door diverse uitgebreidere onderzoeken.

Ontlastingsonderzoek
Onderzoek op parasieten en bacteriën in de ontlasting is van groot belang. Aangezien bepaalde parasieten niet iedere dag in de ontlasting worden uitgescheiden, dient voor dit onderzoek van drie achtereenvolgende dagen ontlasting te worden verzameld en gekoeld te worden bewaard.

Bloedonderzoek
Aandoeningen elders in het lichaam kunnen leiden tot chronische darmklachten en uitgebreid bloedonderzoek is dan ook vaak noodzakelijk. Daarbij wordt ten eerste gekeken naar de rode en witte bloedcellen, lever- en nierwaarden en suikergehalte in het bloed.

De alvleesklier scheidt bepaalde enzymen uit die een belangrijke rol spelen in de vertering van voedsel. Functioneert de alvleesklier niet goed (zoals bij een alvleesklier ontsteking of bij de aandoening EPI (exocriene pancreas insufficiëntie)), dan kunnen darmklachten optreden. Afwijkingen in de productie van bijnierschorshormonen kunnen ook ten grondslag liggen aan darmproblemen. Bloedonderzoek naar de functie van deze organen is dan ook relevant.

De bepaling van het eiwitgehalte (totale eiwitconcentratie, gehalte aan het eiwit albumine en concentratie van het specifieke ontstekingseiwit CRP)  is van belang voor het stellen van de diagnose en voor het bepalen van de ernst van de darmaandoening en daarmee de prognose.

Is het darmslijmvlies ernstig beschadigd, dan zullen de concentraties aan foliumzuur en cobalamine (vitamine B12) veranderen. Bepaling van deze waarden kan noodzakelijk zijn voor het voorspellen van de prognose en voor het instellen van een goede therapie.

Urine onderzoek
Urine onderzoek kan in sommige gevallen uitsluitsel geven over onderliggende oorzaken voor ontsteking van het maagdarmkanaal.

Beeldvorming
Zeker bij honden die gevoelig reageren op het doorvoelen van de buik is het verstandig om een echo of röntgenfoto’s van de buik te (laten) maken.

Proeftherapieën
Voordat tot invasieve onderzoeksmethoden wordt overgegaan, kunnen bepaalde proeftherapieën worden ingezet.

Een vijfdaagse toediening van het antiparasitaire middel fenbendazol sluit de aanwezigheid van parasieten uit.

Een aanpassing van het dieet, waarbij de eiwitten in de voeding bij voorkeur gehydrolyseerd zijn (dieet verkrijgbaar bij de dierenarts), is de volgende stap indien antiparasitica geen verbetering geven. Ongeveer 65-75% van de honden met chronische darmklachten reageert goed op deze dieetwijziging en bij de meeste honden is het resultaat al binnen 1-2 weken zichtbaar! Vaak hoeft dit dieet slechts enkele maanden te worden volgehouden, waarna bij een groot aantal honden het oude dieet weer probleemloos kan worden gevoerd.

Indien zowel de antiparasitica als het dieet geen verbetering geven, dan kan bij sommige honden worden besloten tot de toediening van antibiotica zoals metronidazol gedurende een aantal weken.

Endoscopie of buikoperatie inclusief bioptname
Heeft bovenstaande niet geleid tot een diagnose en/of herstel van uw hond, dan kan op dit punt worden besloten tot het uitvoeren van onderzoek op biopten (stukjes weefsel) van de darmwand. De patholoog onderzoekt het weefsel op de aanwezigheid van ontstekings- en/of tumorcellen.

Deze biopten kunnen worden verzameld via endoscopie, waarbij een cameraslang met grijpertje via de bek of via de anus van uw hond het maagdarmkanaal in wordt geleid. De biopten kunnen ook worden genomen tijdens een buikoperatie. Het voordeel van endoscopie is dat met behulp van de camera precies de juiste, ontstoken, slijmvliesplaatsen kunnen worden uitgezocht voor bioptname. Daarnaast is endoscopie veel minder invasief dan een operatie en kan dan ook worden uitgevoerd bij honden die aan fors eiwitverlies lijden. Het nadeel is echter dat alleen de binnenzijde van het maagdarmkanaal kan worden bemonsterd. Een operatie heeft als voordeel dat een stukje van de gehele wand van het maagdarmkanaal (buitenzijde tot slijmvlies-binnenzijde) kan worden verzameld (waarna er wordt gehecht). Het nadeel is dat dit een invasievere methode is en dat aan de buitenzijde van de darmwand niet altijd duidelijk te zien is op welke plaats de ontsteking aan de binnenzijde van de darmwand zich bevindt.

Het direct uitvoeren bioptname alvorens de minder invasieve proeftherapieën te hebben uitgevoerd is onverstandig, aangezien het door de patholoog aantonen van ontsteking van de darmwand geen conclusie biedt voor wat betreft de oorzaak. Kortom, het kan dan bijvoorbeeld alsnog een voedsel gerelateerd probleem zijn, hetgeen zou zijn opgelost door de hond simpelweg op een aangepast dieet te plaatsen.
 

Therapie

Een te laag vitamine B12 gehalte als gevolg van een forse chronische darmaandoening zorgt ervoor dat een ingestelde therapie minder goed effect heeft. Een vitamine B12 tekort dient dan ook te worden behandeld door middel van meerdere wekelijkse onderhuidse injecties met vitamine B12.

Sommige therapieën, zoals het inzetten van antiparasitica, dieetaanpassing en antibiotica vormen gelijktijdig een manier van diagnostiek en zijn daarom in de vorige paragraaf al behandeld.

Hebben deze behandelingen geen effect gehad en is middels weefselonderzoek van biopten een specifiekere diagnose gesteld, dan zal moeten worden gestart met ontstekingsremmende en immuunsuppressieve (afweerapparaat remmende) middelen:

Doen de problemen zich alleen voor in de dikke darm dan kunnen sulfasalazines gedurende enkele weken als medicatie worden ingezet. Uw dierenarts zal u waarschuwen op welke bijwerkingen alert te zijn.
Ongeveer 30% van de honden die niet op de besproken proeftherapieën heeft gereageerd verbetert op een therapie met prednison. Bij deze honden wordt de ziekte Inflammatory Bowel Disease (IBD) genoemd. Prednison kent helaas veel bijwerkingen en er zal uiteindelijk dan ook moeten worden gezocht naar de laagst mogelijke effectieve dosering. Hiervoor kan het nuttig zijn om prednison te combineren met een tweede immuunsuppressief middel (zoals chlorambucil). 
Tot slot kan cyclosporine uitkomst bieden bij honden die niet verbeteren op de prednison. Het nadeel van dit medicijn is de hoge prijs, het voordeel is dat het veel minder bijwerkingen kent dan prednison.

Alle afweerapparaat onderdrukkende medicijnen gaan gepaard met (soms forse) bijwerkingen. Dit is dan ook de reden dat uw dierenarts deze medicatie niet voorschrijft aan uw hond zonder allereerst de juiste diagnostische stappen te hebben ondernomen.
 

Monitoring

Zeker voor de honden met ernstige klachten is het verstandig om thuis een dagboek bij te houden voor  uw dier om zo het effect van de therapie objectief te kunnen beoordelen. Voor dit dagboek kunnen onderstaande punten worden beoordeeld met een cijfer 0-3, waarbij geldt dat hoe hoger het cijfer hoe slechter het op dat punt met uw hond gaat, met 0 zijnde normaal, 1 een milde verandering, 2 een matige verandering en 3 een ernstige verandering:

Gedrag/activiteit
Eetlust
Braken
Consistentie van de faeces
Frequentie van de faeces
Vermagering

De dierenarts kan vervolgens de totale score gebruiken voor een goede evaluatie.

Naast klinische monitoring kan het uitvoeren van regelmatige controles van bloedwaarden waaronder eiwitten en vitamine B12 voor een deel van de honden noodzakelijk zijn, met als doel uw hond zo gezond mogelijk te laten worden en blijven.




Last update: September 2015

Copyright: VetVisuals® International foto