menu

Ziekte van Cushing

Wat is de ziekte van Cushing?

Hyperadrenocorticisme oftewel de ziekte van Cushing is een ziekte die bij honden voorkomt. Door een overmaat aan glucucocorticoïden ontstaan er lichameljike en biochemische veranderingen. Door deze ziekte maakt het lichaam vooral te veel van het hormoon cortisol aan. Daarom wordt deze ziekte ook wel hypercortisolisme genoemd. Bij gezonde honden wordt cortisol in het lichaam aangemaakt in stress situaties om het lichaam voor te bereiden op een actie (vluchten of vechten). Bij een hond met de ziekte van Cushing is het gehalte van cortisol in het bloed continue ongezond hoog. Als dit onbehandeld blijft, wordt de hond steeds zwakker, en zal tenslotte aan de aandoening overlijden.

Cortisol wordt geproduceerd door twee kleine klieren die bij de nieren liggen. Deze klieren heten de bijnieren. De productie en afgifte van cortisol door de bijnieren wordt gecontroleerd door het hormoon ACTH. Dit hormoon wordt weer geproduceerd in de hypofyse, een kleine klier aan de onderzijde van de hersenen. De hypofyse wordt weer aangestuurd door de hypothalamus, dit is een onderdeel van de hersenen. Dit gehele proces in het lichaam noemen we de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as.


Er zijn vier vormen van de ziekte van Cushing:

1.   Hypofyse afhankelijke Cushing:
Dit is de meest voorkomende vorm van de ziekte. In 80-85% van de gevallen wordt spontane hypercortisolisme veroorzaakt door een tumor uitgaande van de voorkwab of de middenkwab van de hypofyse. Het wordt veroorzaakt door een langzaam groeiende tumor in de hypofyse, de tumor is goedaardig, en zaait niet uit. De druk van de tumor op de daar boven liggende hersenen kan wel steeds groter worden. Deze tumor produceert grote hoeveelheden van het hormoon ACTH, dat weer zorgt voor een te hoge productie van cortisol.

2.   Bijnier-afhankelijke Cushing
Bij deze vorm van de ziekte produceert een tumor in één of soms beide bijnieren grote hoeveelheden cortisol. Dit komt in 15-20% van de gevallen voor. Ongeveer de helft van de bijnierschortumoeren zijn kwaadaardig.

3.  Geïnduceerde Cushing.     
Dit ontstaat door een langdurige behandeling met corticosteroïden om bepaalde ziekte processente onderdrukken. Dit zien we vaak na aanleiding van de behandeling van allergische en autoimmune aandoeningen, ontstekingsprocessen, tumoeren etc.  Toediening van glucocorticoïden leidt tot een onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors-as. (plotseling) stoppen van de medicatie kan leiden tot hypocortisolisme. Behandeling van de ene kwaal veroorzaakt in dit geval een andere kwaal. 

4.  Ectopische ACTH secretie
Heel zeldzaam komt het voor dat hypercortisolisme veroorzaakt wordt door en tumor buiten de hypofyse, die ACTH produceerd. Hierdoor ontstaat er ook een overmaat aan cortisol.


Hoe weet ik of mijn hond de ziekte van Cushing heeft?

De ziekte van Cushing komt voornamelijk bij oudere honden voor. Bij kleinere rassen wordt het vaker gezien dan bij grotere.
De verschijnselen van de ziekte lijken wel op de verschijnselen die je bij ouder wordende honden ziet, alleen extremer. Dat maakt het wel moeilijker om een diagnose te stellen.

De meest voorkomende verschijnselen zijn:
-    Overmatig drinken
-    Veel plassen, mogelijk incontinentie,
-    Gulzig eten, vraatzucht
-    Dikke (hang) buik
-    Dunnere huid
-    Verlies van haar, of telkens terugkerende huidproblemen
-    Verlies van spieren (spieratrofie)
-    Lusteloosheid
-    Veel hijgen.
-    Het komt vaker voor bij: Teckels, dwergpoedels en Yorkshire Terriers.

Honden zullen zelden al deze verschijnselen vertonen.


Hoe wordt de diagnose gesteld?

Als er vermoeden is van de ziekte van Cushing, gaan wij altijd een aantal onderzoeken doen. Wij willen graag urine hebben om te controleren en een algemeen bloedonderzoek. Veel verchijnselen kunnen ook door andere ziekten worden veroorzaakt, en die willen wij namelijk eerst uitsluiten. Wijst het urine- en bloedonderzoek ook in de richting de ziekte van Cushing, dan gaan we verder testen om de diagnose te bevestigen. De andere onderzoeken worden eerst uitgevoerd, omdat de vervolg test een grote kans heeft op een vals-positieve uitslag als er geen sterke verdenking is op de ziekte van Cushing.

Het stellen van de diagnose berust op het aantonen van een verhoogde cortisolsecretie en/of een verminderde gevoeligheid voor de terugkoppeing van glucocorticoïden. Het 1 malig bepalen van cortisol in het plasma heeft geen zin, omdat cortisol wisselend in hoeveelheid wordt uitgescheiden.

Er zijn 2 testen die geschikt zijn:

1. De lage dosis dexamethason supressie test.
Hierbij wordt eerst bloed afgenomen voor het bepalen van een basale plasma cortisol concentratie. Direct daarna wordt 0.01 mg/kg dexamethason in het   bloedvat toegediend, waarna 4-8 uur later weer bloed wordt afgenomen voor bepaling van de concentrate corticol in het bloed.

2. Bepaling van corticoïd/kreatinine ratio in de urine.
Het bijnierschorshormoon cortisol kan gemeten worden in de urine. Daarom vragen wij u de eerste ochtendurine van uw hond op te vangen. Deze urine moet drie achtereenvolgende dagen op ongeveer het zelfde tijdstip worden opgevangen. Het is belangrijk dat dit met zo weinig mogelijk stress gepaard gaat en dat de hond de avond ervoor vrij laat nog uitgelaten wordt. We raden aan om op zjin vroegst 2 dagen na het bezoek van de dierenarts te starten met de test. De tweede dag, na het opvangen van de urine, gaat u dexamethason geven aan uw hond, in een dosering die de dierenarts aan u zal vertellen. Het geven van de dexamethason gaat volgens een vast schema, bijvoorbeeld 08.00 uur, 16.00 uur en 24.00 uur. Als u normaal veel vroeger of later opstaat kunt u dit aanpassen aan uw eigen schema. Het is belangrijk dat er altijd 8 uur tussen het geven van de tabletten zit en dat het laatste urinemonster ongeveer 8 uur na het geven van de laatste tabletten verzameld wordt. De tabletten mogen met wat voer ingegeven worden, bijvoorbeeld een stukje worst. Het is belangrijk dat u zeker weet dat uw hond de tabletten ook doorgeslikt heeft. Uw hond zal waarschijnlijk meer drinken en plassen de eerste dag na het geven van de tabletten.
De urine wordt naar een laboratorium gestuurd waar vervolgens de cortisol-creatinine ratio bepaald wordt.
De urinebuisjes zijn gemerkt met 1,2 en 3, respectievelijk voor de urine opgevangen op de eerste, tweede en derde dag. De gevulde urinebuisjes kunt u in de koelkast of, nog beter, in het diepvriesvak bewaren totdat u ze inlevert bij uw dierenarts. Let op dat u de buisjes maximaal ¾ vult aangezien urine uitzet als het bevriest en de dop er dan af kan schieten. De drie buisjes levert u tegelijkertijd in op de praktijk. Meestal is op de praktijk binnen enkele dagen de uitslag van het onderzoek binnen.

Er wordt niet alleen gekeken of de cortisol productie verhoogd is, maar ook of de aansturing van de bijnier nog goed functioneert.

Om verder onderscheid te maken tussen een hypofysetumor en een bijnierschortumor, raden wij een CT scan aan. Met een CT scan kan de hypofyse goed in beeld worden gebracht, en de schedel. Ook kan met een CT scan een bijnierschorstumor in beeld worden gebracht, maar ook direct eventuele uitbreidingen in omgeving en uitzaaingen naar o.a. lever en longen.


Behandeling van de ziekte van Cushing

De ziekte van Cushing is goed te behandelen als men er op tijd bij is. Als er een tumor aanwezig is, kan deze soms verwijderd worden. Vooral bij een niet uitgezaaide bijnierschorstumor, is dit een goede optie. Ook bij een hypofysetumor is operatie een optie.

Vetoryl® is het enige geregistreerde diergeneesmiddel voor de behandeling van de ziekte van Cushing bij de hond.

Het actieve bestanddeel in Vetoryl® heet trilostane. Trilostane blokkeert de synthese van cortisol door het enzym te remmen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van cortisol. Vetoryl® is een medicijn dat dagelijks moet worden toegediend. Helaas is dit geen goedkoop geneesmiddel.

Wij raden aan de capsule(s) Vetoryl® ’s morgens met het voer aan uw hond te geven.

7 Tot 14 dagen na het starten van de behandeling raden wij aan terug te komen op de praktijk.
Twee à drie uur na de Vetoryl® toediening wordt dan op de praktijk een bloedmonster genomen en 0.25 mg synthetisch ACTH  toegediend. Een tweede bloedmonster wordt 90 minuten later genomen. Op deze manier kan gecontroleerd worden of de correcte dosering Vertoryl® gegeven wordt, of dat deze mogelijk nog aangepast moet worden.
Elke keer als de dosering aangepast wordt, raden we aan om na 7 tot 14 dagen op de praktijk langs te komen voor bloedonderzoek. Is de dosering goed, dan wordt een controle uitgevoerd op 4 weken, 12 weken en verder 3-maandelijks na stabilisatie van de dosis.

De symptomen van de ziekte van Cushing, zoals lusteloosheid, overmatig drinken en eten, en veel plassen, verbeteren meestal binnen twee weken na de start van de behandeling. Bij huidveranderingen zoals haarverlies duurt het langer voordat er zichtbaar verbetering is (tot enkele maanden voordat vernieuwde haargroei).

Vetoryl® wordt door de meeste honden goed verdragen.




Referentie:
- H. Kooistra, najaarsdag 2014
- Dechra
  foto