menu

Vaccinaties

Jaarlijks vaccineren


Om uw kat goed te beschermen tegen bepaalde ziekten is het nodig om uw kat jaarlijks te vaccineren. Samen met u bepalen wij welke vaccinaties gegeven moeten worden. Wanneer u naar het buitenland gaat heeft uw kat andere bescherming nodig dan wanneer deze binnen Nederland blijft. Ook een kat die naar het pension gaat heeft andere vaccinaties nodig.

Een vaccinatie wordt alleen gegeven in combinatie met een gezondheidscontrole. Deze controle doen wij altijd samen met de jaarlijkse vaccinatie en vinden wij even belangrijk, misschien zelfs wel belangrijker dan de vaccinatie zelf. Bij een gezondheidscontrole kijken wij uw kat helemaal na en geven wij advies over de gezondheid van uw kat. Wanneer u uw kat niet wilt laten vaccineren raden wij u toch aan om jaarlijks een gezondheidscontrole te laten uitvoeren. Wanneer een aandoening vroegtijdig ontdekt en behandeld wordt kan het resultaat in de meeste gevallen positief zijn. Tijdens een gezondheidscontrole worden vaak de eerste teken van een aandoening onderschept.
 

Wanneer vaccineren?

Wanneer de eerste vaccinatie en wanneer de herhalingsvaccinaties?
Het beste tijdstip voor een vaccinatie hangt af van verschillende omstandigheden:
• Onder bepaalde omstandigheden (cattery, pension, tentoonstelling) bestaat een grotere kans op besmetting.
• Jonge dieren reageren anders op vaccinaties dan volwassen dieren. In het algemeen kan gesteld worden dat de duur van bescherming na een vaccinatie van jonge dieren korter is dan na een vaccinatie van volwassen dieren.
• Er bestaan verschillen tussen ziekten. Tegen kattenziekte en rabiës ontstaat een betere en langdurigere bescherming dan tegen niesziekte.
• Er bestaan verschillen tussen vaccins: dode vaccins gedragen zich anders dan levende vaccins.
• Er bestaan ook verschillen tussen de eigenschappen van de verschillende vaccins.

Dit zijn allemaal redenen waarom het niet mogelijk is één, alles omvattend vaccinatie-advies te geven. Uw dierenarts kent de situatie waarin uw huisdier verkeert maar vooral ook de eigenschappen van de vaccins waarmee wordt
gewerkt. Bespreek daarom met uw dierenarts welke vaccinaties belangrijk zijn voor uw kat en op welke tijdstippen deze het beste kunnen worden gegeven.
 

Wat betekent dit nu voor uw kat?

Kittens
Een kitten krijgt via de moedermelk afweerstoffen (maternale immuniteit) mee. Deze afweerstoffen zijn in het algemeen voldoende om een kitten gedurende de eerste levensweken te beschermen tegen ziekteverwekkers. De meeste kittens
worden voor het eerst gevaccineerd op een leeftijd van 8 tot 12 weken. Om een goede basisbescherming te krijgen is het noodzakelijk dat 3 tot 4 weken na de eerste vaccinatie een herhalingsvaccinatie plaatsvindt. Wanneer er een
verhoogde kans bestaat dat kittens op jongere leeftijd besmet worden, kan het noodzakelijk zijn om kittens al op een leeftijd van 6 weken voor het eerst te laten vaccineren. Dit zal vooral het geval zijn wanneer katten in groepen
worden gehouden of regelmatig in contact komen met andere katten. De eerste vaccinatie vormt tevens een uitstekende gelegenheid om met de assistent een aantal zaken door te spreken, zoals ontworming, vlooienbestrijding,
voeding en uiteraard de vaccinaties.
Bij de eerste vaccinatie wordt meteen het dierenpaspoort ingevuld, dat u bij volgende bezoeken aan de dierenarts steeds mee moet nemen. Bij aankoop van een kat is het verstandig om naar het dierenpaspoort of vaccinatiebewijs
te vragen en te informeren wanneer de eerste herhalingsvaccinatie dient plaats te vinden. Tevens kan dan informatie worden verkregen over voeding en ontworming.
Neem bij twijfel in ieder geval even contact op met uw dierenarts. Als de adviezen over vaccinatie goed zijn opgevolgd zal uw kitten, als hij/zij ongeveer 12-16 weken oud is, een dusdanige weerstand hebben opgebouwd dat herhalingsvaccinaties
pas op de leeftijd van een jaar weer nodig zijn (overleg dit met uw dierenarts).

De volwassen kat
Sommige mensen denken dat volwassen katten geen herhalingsvaccinaties nodig hebben. Maar dat is wel degelijk noodzakelijk. Er zijn helaas gevallen bekend van oudere, niet of niet goed gevaccineerde katten die aan kattenziekte zijn
gestorven of ernstig van niesziekte te lijden hebben gehad. Herhalingsvaccinaties zijn dus wel degelijk van belang om de bescherming op een hoog peil te houden. Volwassen katten die niet eerder zijn gevaccineerd,
worden net als kittens tweemaal gevaccineerd met 3 weken tussentijd. Dit is noodzakelijk om een goede basisbescherming te krijgen. Wanneer de herhalingsvaccinaties het beste kunnen plaatsvinden hangt af van de besmettingskans die
een kat loopt en van de ziekte waartegen gevaccineerd wordt.
 

Waartegen kan er gevaccineerd worden?


Niesziekte
Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

Verschijnselen
Bij niesziekte is, zoals de naam al aangeeft, sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen variëren. Zo kan de ziekte beperkt blijven tot niezen en wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing. Echter als de toestand verslechtert, krijgt de kat koorts met ernstige neus- en ooguitvloeiing en eventueel blaasjes op de tong. Vaak treden er complicaties op zoals bronchitis en longontsteking. Met medicijnen is niesziekte wel te genezen, maar sommige katten kunnen er een chronische loopneus en ontstoken oogjes aan over houden. Ook blijven veel katten die niesziekte hebben gehad drager. Tijdens een periode van verminderde weerstand, bijvoorbeeld door stress, kan het niezen opnieuw de kop opsteken, waardoor deze kat weer andere katten in zijn omgeving kan besmetten.
Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en na bezoek aan tentoonstellingen. Contact tussen katten, maar ook contact met besmette materialen vormen de belangrijkste manieren van besmetting.

Verwekkers
De belangrijkste verwekkers van niesziekte zijn de virussen herpes en calici en de bacteriën Bordetella bronchiseptica en Chlamydophila. Deze verwekkers kunnen bij katten voorkomen zonder dat de kat daarvan verschijnselen hoeft
te vertonen. Echter onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld stress door een verhuizing of een nieuwe kat in huis) kunnen deze katten zelf ziek worden en/of andere katten besmetten.

Preventie
Hoewel vaccinatie tegen niesziekte geen 100% bescherming geeft, is het toch aan te raden tegen deze ziekte te vaccineren. Katten die wel gevaccineerd zijn tegen niesziekte krijgen hooguit een milde vorm van niesziekte. De kans op bijkomende complicaties (zoals bronchitis en longontsteking) is dan wel aanzienlijk kleiner.


Kattenziekte
Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het parvovirus. Het zorgt met name voor problemen bij jonge katten. Het virus vermeerdert zich vooral in de snel delende cellen van het beenmerg en de darmen.

Verschijnselen
Verminderde afweer (het beenmerg speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van witte bloedcellen) en afwijkingen van het maagdarmkanaal vormen de belangrijkste verschijnselen. De ernst hiervan hangt af van de leeftijd van het
dier (een jonger dier krijgt vaak ernstigere verschijnselen) en van de weerstand tegen kattenziekte op het moment van de besmetting. Het meest opvallend zijn de verschijnselen van het maagdarmkanaal: ernstige buikpijn, braken,
diarree en uitdroging. Uiteraard hebben de dieren koorts en maken ze een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld van de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren.
Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn. Infecties bij drachtige dieren kunnen leiden tot de geboorte van afwijkende kittens (afwijkingen in hersenen, vreemde
manier van lopen). Kattenziekte-virus kan jarenlang in de omgeving van de katten besmettelijk blijven en is alleen met bepaalde ontsmettingsmiddelen te doden.

Vaccinatie
Na vaccinatie tegen kattenziekte ontstaat een goede en langdurige bescherming. Door poezen goed te vaccineren en ervoor te zorgen dat kittens meteen na de geboorte voldoende moedermelk op kunnen nemen, krijgen de kittens
een uitstekende bescherming van de moeder mee. Vaccinatie van de moeder vòòr het dekken zorgt ervoor dat de moeder aan de kittens via de melk een goede weerstand meegeeft (vaccineren tijdens de dracht met levende vaccins
wordt ernstig ontraden). Een tweevoudige vaccinatie van de kittens, waarbij de tweede vaccinatie niet voor de leeftijd van 12 weken plaatsvindt, is in de meeste gevallen voldoende. Hierbij is het belangrijk dat het interval tussen de
twee vaccinaties niet meer dan vier weken bedraagt. Hierna vindt de volgende vaccinatie plaats als de kat ongeveer 1 jaar oud is. Daarna wordt vaccinatie om de 2-3 jaar aanbevolen. Dit gebeurd in overleg met uw dierenarts.

Rabies (Hondsdolheid)
Hondsdolheid (rabiës)
Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid. Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht, waarna het via zenuwen naar de hersenen gaat. De ziekte is zeer gevaarlijk: mens en dier gaan vrijwel zonder uitzondering
dood nadat de verschijnselen zich openbaren. Ook katten zijn gevoelig voor rabiësvirus. Een kat met rabiës zal meestal wegkruipen en slechts bij uitzondering andere dieren of mensen bijten. Toch bestaat de kans dat katten besmet worden
en gezien het dodelijke verloop van de ziekte is het noodzaak dat katten worden gevaccineerd als er gevaar bestaat voor besmetting met rabiës.

Vaccinatie
Tegen rabiës wordt gevaccineerd met vaccins op basis van dood rabiësvirus. Na eenmalige vaccinatie vanaf de leeftijd van 3 maanden met Nobivac Rabiës ontstaat een bescherming die 3 jaar aanhoudt.
Omdat de eisen voor de verschillende landen sterk kunnen verschillen, is het verstandig ruim tevoren contact op te nemen met uw dierenarts.

De rabiës enting is bij Merels Dierenkliniek 3 jaar geldig.
 

Welk vaccinatieschema hanteren wij?

Leeftijd 9 weken 12 weken 16 weken 1 jaar > 1 jaar
Vaccinatieschema katten
Kattenziekte * * (*) * Om de 3 jaar
Calici/herpes * * (*) * Jaarlijks of om de 3 jaar
Bordetella Bronchispetica   *     Jaarlijks

Heeft uw kat chronisch niesziekte? Dan raden wij aan om jaarlijks te vaccineren. Soms is het zelfs zinvol om vaker te vaccineren dan jaarlijks, eens in de 9 maanden. Dit geeft een betere bescherming van uw kat. Katten met chronisch niesziekte zijn vaak extra gevoelig voor andere visussen.

Is de kattenziekte vaccinatie langer dan 3 jaar niet gegeven, dan raden wij aan om het vaccin na 1 jaar nogmaals te herhalen. Daarna is het weer verstandig om om de 3 jaar te vaccineren. Is de niesziekte langer dan 3 jaar niet gegeven, dan adviseren wij om het vaccin na 3-4 weken te boosteren (dus te herhalen), om een goede immuniteit op te bouwen.
Bij katten is het ook mogelijk om een Vaccicheck uit te voeren. Hierbij wordt door bloedonderzoek gekeken of uw kat nog voldoende antilichamen heeft. Blijkt het vaccin nog voldoende bescherming te bieden, dan is herhaling van het vaccin nog niet nodig.
 

Antwoorden op de meest gestelde vragen

Kan een kat ziek worden van een vaccinatie?
De meeste katten zullen geen hinder ondervinden van een vaccinatie. Soms zullen katten na een vaccinatie gedurende korte tijd wat slomer zijn. Als katten echter op het moment van de vaccinatie al besmet zijn met een ziekte
(in het incubatiestadium verkeren) kan het gebeuren dat zij na de vaccinatie verschijnselen vertonen van de ziekte waarmee ze besmet zijn. Als uw kat na vaccinatie echt ziek wordt, of een tijdelijke acute overgevoeligheidsreactie
vertoont, is het verstandig even contact op te nemen met de praktijk.

Is de bescherming na vaccinatie 100%?
Tegen geen enkele ziekte is 100% van de dieren te beschermen. Immers er zullen altijd dieren zijn die een minder goede of zelfs helemaal geen weerstand na vaccinatie opbouwen. Gelukkig zijn dat er maar heel weinig.

Bestaat er verschil in weerstandsopbouw na vaccinaties tegen verschillende ziekten?
Heel duidelijk. Tegen kattenziekte en rabiës is de weerstandsopbouw veel beter en langduriger dan tegen niesziekte. Bij niesziekte is bovendien sprake van meerdere ziekteverwekkers (meerdere calicivirussen, herpesvirus,
Chlamydophila felis, Bordetella bronchiseptica). Bovendien zijn er ook verwekkers van niesziekte waartegen nog geen vaccins bestaan. Daar komt nog bij, dat niesziekte zich zeer oppervlakkig (op de slijmvliezen van de
voorste luchtwegen) afspeelt, waardoor de weerstandsopbouw moeilijker is en de bescherming korter duurt.

 Is er een verschil tussen kittens en oudere katten?
Ja. Met name bij jonge kittens is sprake van een minder ontwikkeld afweersysteem, waardoor een minder goede weerstandsopbouw plaatsvindt. Tevens zijn bij jonge kittens vaak nog afweerstoffen aanwezig die zij via de melk
van hun moeder hebben gekregen. Deze afweerstoffen remmen de weerstandsopbouw. Er zijn ook aanwijzingen dat heel oude katten een minder goede weerstand opbouwen.

Zijn er nog andere oorzaken voor een minder goede weerstandsopbouw?
Voor een goede weerstandsopbouw is het nodig dat dieren op het moment van de vaccinatie over een goede gezondheid beschikken. Aanwezigheid van andere ziekten, worminfecties en incomplete voeding kunnen een
verminderde weerstandsopbouw tot gevolg hebben.

Mijn kat moet naar een pension, heb ik de goede vaccinaties?
Als uw kat naar een pension gaat, is het aan te raden om contact op te nemen met de praktijk. Niet elk pension stelt dezelfde eisen wat betreft vaccinatie. Pensions mogen zelf hun regels bepalen, waardoor dit nog wel eens kan afwijken van onze adviezen. Wilt u zeker weten dat u niet geweigerd wordt bij het pension, neem dan eerst contact op met de praktijk.

Waarom worden kinderen tot een bepaalde leeftijd gevaccineerd en daarna niet meer, terwijl katten regelmatig gevaccineerd moeten worden?
Er bestaan verschillen bij mens en dier in de weerstandsopbouw tegen diverse ziekten die voorkomen. Bij mensen geeft de DKTP-vaccinatie een goede en langdurige bescherming maar de griepvaccinatie moet jaarlijks herhaald worden.
Bij katten wordt tegen rabiës en kattenziekte een goede en langdurige weerstand opgebouwd, tegen niesziekte is de weerstand minder volledig en korter van duur.

Mijn buren laten hun kat nooit vaccineren en dat gaat ook goed. Waarom zou ik mijn kat nog laten vaccineren?
Inderdaad komt het voor dat dieren die niet (regelmatig) worden gevaccineerd gezond blijven. Helaas komt het daarentegen maar al te vaak voor dat niet gevaccineerde katten wel ziek worden. De kans dat een niet-gevaccineerde
kat ziek wordt, hangt af van de kans op besmetting van de kat. Zo zal de kat die altijd in huis wordt gehouden en geen contact heeft met soortgenoten of met eigenaren van zieke katten een geringe kans op besmetting hebben.
Katten die regelmatig in contact komen met soortgenoten (met name met niet-gevaccineerde dieren die kiemen bij zich dragen) hebben een grote kans op besmetting. In de praktijk zullen de meeste katten regelmatig met andere
katten in contact komen, daarom is het verstandig katten regelmatig te laten vaccineren.

Wat is Bordetella bronchiseptica?
Bordetella bronchiseptica is een bacterie waarvan vroeger werd aangenomen dat zij alleen voor problemen kan zorgen bij katten die met een andere ziekte zijn besmet. Bovendien nam men aan dat Bordetella incidenteel voorkwam.
Onderzoek heeft aangetoond dat Bordetella zelfstandig het niesziektebeeld kan veroorzaken en regelmatig voor besmettingen bij katten kan zorgen. Bij katten die in groepen worden gehouden en waar niesziekte regelmatig
wordt waargenomen, bleek meer dan 50% van de katten afweerstoffen tegen Bordetella in het bloed te hebben, bij individueel gehouden katten bleek dit bij circa 30% het geval te zijn

Is een vaccinatie pijnlijk voor de kat?
Uiteraard zal de prik als zodanig door de kat worden waargenomen. Echter de reactie verschilt per dier. De ene kat reageert nauwelijks, terwijl de andere kat ‘moord en brand’ schreeuwt. Onzekerheid en angst voor de vreemde
omgeving zullen hierbij zeker een rol spelen. Ook de houding van de eigenaar kan van belang zijn: als u zelf al bang bent voor een prik is het verstandig om iemand met de kat naar het spreekuur te laten gaan die die angst niet heeft.

In advertenties staat vaak: ‘gevaccineerd en ontwormd’. Betekent dit dat de kat niet meer gevaccineerd hoeft te worden?
Nee. Dit betekent alleen dat de kat een vaccinatie heeft gehad. Afhankelijk van de leeftijd van de kat en het soort vaccin kan de gegeven vaccinatie al dan niet voldoende bescherming geven. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen
is het verstandig om met het dierenpaspoort even langs de praktijk te gaan.

Mijn katten komen nooit buiten. Moeten ze nu toch gevaccineerd worden?
Ja. Een kat die nooit buiten komt en nooit gevaccineerd is, heeft geen weerstand op kunnen bouwen tegen de belangrijkste besmettelijke ziekten. Als uw kat dan in contact komt met andere katten (of als u zelf of een bezoeker
ziekten via handen, schoeisel of kleding overbrengt op uw katten) is hij/zij extra vatbaar. Met een vaccinatie wordt uw kat in staat gesteld een goede weerstand op te bouwen.







tekst: MSD.
  foto